WINTERTELLING
Voor wintertellingen is het nodig om oude, warme kleren aan te trekken. In kerken, ijskelders en verlaten steenfabrieken kan het koud en winderig zijn.
Als "gereedschap" heb je nodig: spiegeltjes, zaklantaarns, soms een ladder, pen en papier om de waarnemingen te noteren en als extra een thermohygrograaf.
Dit is een (electronische) compacte thermometer met ingebouwde vochtigheidsmeter om een beeld te kunnen krijgen waar de voorkeur van vleermuizen naar uit gaat bij hun winterverblijf.
Er zijn nog veel zaken onduidelijk en dus interessant om onderzoek naar te doen.
En.....geen hoogtevrees!
Vaak sta je in torens op smalle trappen, loop je over smalle planken en krakende vloeren.
Spiegeltjes
Speciaal voor deze wintertellingen zijn er een aantal hulpstukken vervaardigd om in kleine openingen te kunnen kijken.
De spiegeltjes zijn op afstand instelbaar door met je vinger aan het oog te trekken.
Door het schijnen in de spiegel met een zaklantaarn heb je een uitstekend zich op donkere plaatsen.
Gemaakt van goedkope opmaak spiegels, een scharnier en een stuk draadeind, eenvoudig zelf te vervaardigen.
Hygrometer
Het is ook van belang om de omgevings temperatuur en luchtvochtigheid te meten van de plaatsen waar de vleermuizen overwinteren.
Zo krijgen we een indruk waar hun voorkeur naar uit gaat en wordt het zoeken in nieuwe gebouwen gemakkelijker.
De hygrometer meet de luchtvochtigheid en twee temperaturen tegelijktijdig: binnenin de meter zelf en een op afstand.
Vindplaatsen
Vleermuizen kunnen overal worden gevonden maar hebben uiteraard hun voorkeuren.
Een spleet van een paar millimeter is al voldoende om zich in te verstoppen.
Zoals in het plaatje te zien is tussen twee stenen, een voegbreedte al genoeg.
Je ziet dan vaak maar een stukje van de vleermuis, voornamelijk de kop en de oortjes wat meestal voldoende is om het soort te herkennen.
Vaak zijn vochtige en koude plaatsen favoriet, die omstandigheden moeten dan wel stabiel zijn.
Daarom vind je vleermuizen in oude gebouwen met dikke muren waar de temperatuur in de winter stabiel is.
Ook kelders zijn dus geschikt, vochtig en koud en weinig kans op verstoring tijdens de winterslaap.
Bunkers staan ook bekend als goede overwinteringsplaatsen maar dan moet wel de toegang op een (vleermuis)spleet na afgesloten zijn.
Ijskelders worden tegenwoordig ook steeds vaker ingericht als vleermuisverblijf, heel geschikt.
Ook in waterputten vindt men wel vleermuizen die overwinteren, hoe ze er in- en uitvliegen moet een spectaculair gezicht zijn.
Beklimming
Het is soms een hele klauterpartij om op de juiste plek te kunnen komen.
Uiteraard moet je natuurlijk eerst de sleutel hebben om er in te kunnen komen!
Dat is vaak al een heel werk en daarna ga je op zoek naar de ingang, soms een euwenoude deur met zo'n "kasteelsleutel".
Ook heb je ladders nodig, hier is het heel gemakkelijk wat dit is een vast gemonteerd exemplaar.
Anders wordt het sjouwen en zwoegen maar dat hoort er ook een beetje bij.
Dit is onderin een toren die los van de kerk staat en we nog moeten beginnen omhoog te klimmen.
Heel mooi is de rond gemetselde muur te zien met het bordes.
Kerkzolder
Hierbij krijg je ook een indruk van wat zich boven in de kerk bevindt, direct onder het dak.
Dit is een plaats waar zelfs de koster niet vaak komt, heel donker en spannend!
Vaak is er in het midden een loopbrug gemaakt, je moet echter niet te veel last van hoogtevrees hebben.
Soms kan je alleen maar langs de zijkanten lopen terwijl je je vasthoudt aan de balken.
Je hebt een zaklantaarn nodig om de weg te kunnen vinden, een spiegeltje om eventueel ergens achter of onder te kunnen kijken en ook nog vaak een fototoestel om opnames te kunnen maken.
Vleermuis grootte
Het eerste resultaat, heel mooi in beeld en volledig te zien.
Je kunt hier ook de grootte zien tov de stenen en voegen, maar een paar centimeter groot en in diepe rust.
Regelmatig verplaatst de vleermuis zich tijdens de winterslaap, afhankelijk van de kou?
Lang niet alles is bekend over deze beestjes, er kan nog veel worden onderzocht.
Zo op z'n kop houden ze het de hele winter vol.
Vleermuis condens

Een wel heel bijzonder exemplaar, een kleurloze of albino.
Het gaat hier om te laten zien dat zo'n beestje hier helemaal kletsnat kan zijn van het vocht.
Een vleermuis neemt in zijn winterslaap de omgevingstemperatuur (bijna) aan om maar zo min mogelijk warmte te verliezen.
Alle processen in het lichaam zijn dan heel erg vertraagd.
Op deze manier kan het zonder eten en met maar heel weinig vocht de winter doorkomen.
Gelukkig kan het ook nog teren op de vet voorraad die in het najaar is opgebouwd.
Kerker

Dit is niet meer op zolder maar onder de grond, in een kerker wat ook een geschikte plek is.
Hier zitten er twee gezellig bij elkaar, ook in diepe slaap,
Ze hangen hierbij vrij aan de zolder, dus niet tegen een muur aan.
Ze mogen ook beslist niet wakker gemaakt worden wat dan krijgen ze honger en gaan vliegen om insecten te kunnen vangen.
Die zijn er dan natuurlijk niet en zo zouden ze van de honger om kunnen komen.
Lucifer

Nog een manier om ze te kunnen herkennen; nu is niet niet eens nodig dat ze er bij zijn.
Lijkt een beetje vies maar valt wel mee: links de poep van een watervleermuis, rechts van de lucifer dat van een grootoor.
Het is dus niet altijd zo dat het grootste beest ook de grootste ontlasting produceert!
Dia

Deze dia bevat een deel van de ontlasting van een grootoorvleermuis: opgelost in water en vervolgens gedroogd tussen de glasplaatjes.
Er is zo niets te herkennen, nog te klein en zelfs met behulp van een diaprojector onvoldoende zichtbaar.
Onverteerbaar

Met behulp van een zelfgemaakte "microscoop" is deze overzichtsopname gemaakt.
Het betreft heel veel onverteerbare insectendelen uit een enkel "korreltje"opgedroogde ontlasting.
Geklemd tussen twee glasplaatjes van een dia en verlicht met een felle lamp op de foto gezet en ingescand.
Pootje

Nog verder uitvergroot totdat je de individuele delen kan onderscheiden.
Het gaat denk ik om een poot of een deel van de kop van een voor mij onbekend insect.
Vleugeldeel

Nog iets verder uitvergroot waarbij je een flink deel van een vleugel kunt zien.
Hier is uiteraard helemaal niet meer achter te komen wat voor insect het is geweest.